interviews
nieuws
meer »
reviews
meer »
clips
meer »
live reviews
meer »
live pics
meer »
interviews
WILLIAM ELLIOTT WHITMORE: When you're up to your neck in shit, the only thing left to do is sing
                   
William Elliott Whitmore bracht eind vorig jaar het meesterlijke ‘Song Of The Blackbird’ uit. Zijn krachtige en aangrijpende stem grijpt je onmiddellijk bij de keel en lost niet meer tot de laatste tokkel op de banjo is uitgefaded. Je hebt er dan een verbijsterende rit opzitten door de donkerste regionen van folk, blues en americana.


‘Song …’ is al zijn derde release op het Southern-label, al er bestaan er ook enkele in eigen beheer. Hoewel er op zijn laatste cd fundamenteel niets is veranderd, begint een en ander nu wel te lopen voor W.E. Whitmore. De support van de Lanegan/Campbell-show in een lang op voorhand uitverkochte Vooruit is daar een mooi bewijs van. Waarom dat net nu gebeurt, daar heeft spraakwaterval Whitmore zelf ook geen verklaring voor. “Het is een trage opbouw. Na jaren intensief toeren en opnemen ben ik dankbaar voor deze toenemende belangstelling”. En hoewel hij zelf nog steeds niet kan begrijpen waarom iemand naar zijn muziek zou willen luisteren is hij meer dan gelukkig met de uitnodiging van Isobel Campbell als support op deze tour. Een aangename afwisseling ook met de punk- en hardcoregroepen waar hij meestal mee speelt. “Op tours als deze en andere meer folk- of americanaconcerten kan ik me meer concentreren op de eigenlijke songs in plaats van jonge gasten te overtuigen door luid en agressief te spelen”. Maar een echte voorkeur heeft hij niet: “als ik dit niet kon doen, was ik in de mest aan het werken op de farm waar ik woon”.

Zijn thuis is nog steeds de ouderlijke boerderij ergens midden de maïsvelden van Iowa: “I’m a hillbilly through and through”. De invloeden van de bossen en het platteland wil hij niet ontkennen: “het fluiten van de vogels, het huilen van coyotes, de regen op het tinnen dak van mijn shack en het voorbijglijden van de rivier. Dat alles is minstens even belangrijk als de reizen en tours die ik doe en waar ik heel veel inspiratie uit haal”. Whitmore ziet trouwens in alle kunst een grote verbondenheid met de omgeving waarin die tot stand kwam.

Op die manier verschilt de recent verschenen ep ‘Hallways Of Allways’ van zijn ander werk. Niet alleen omdat hij opgenomen is met zangeres Jenny Hoyston (van o.a. Erase Errata), maar vooral omdat de idee ervoor tot stand kwam tijdens zijn enige uitstap naar de grootstad. De vrijheid en het bohémiengevoel bevielen hem uitstekend. “San Francisco is de enige plaats waar ik heb gewoond, dat is nu goed zes jaar geleden. Ik leefde er in een punkkraakpand, iedereen speelde in bands, de sfeer was waanzinnig. Ik leerde er Jenny kennen, die een liefde voor roots- en countrymuziek met me deelde. We dronken bier en rookten wiet en speelden covers of schreven nieuwe nummers. Pas nu vonden we de gelegenheid onze uiteenlopende invloeden samen te brengen op plaat. ‘Hallways of Allways’ refereert dan ook aan het voortbestaan der dingen, de eeuwigheid ook”. “We Miss You” is, niet toevallig dan, een sleutelnummer op de plaat. Het gaat over de dood van Jenny’s vader.

“When you're up to your neck in shit, the only thing left to do is sing”

William Elliot Whitmore kan daarover meespreken. “De dood van mijn ouders heeft een enorm effect gehad op wat ik nu doe. Ik heb het geluk gehad op te groeien in een muzikale familie; mijn vader speelde gitaar en mijn moeder accordeon. Er werd altijd muziek gespeeld in huis, vooral traditionals en classics. Ik vond er mijn grote voorbeelden als Ralph Stanley, een 87-jarige banjospeler en een van de grondleggers van bluegrass. Of Doc Watson, die ik muzikaal zou willen evenaren, en Doc Boggs, een dominee die in de jaren dertig en veertig rondtoerde als een one man act. Ze gaven me het voorbeeld hoe je in je eentje een verhaal kan vertellen en geluid neerzetten.

Maar ik schreef nooit eigen teksten. Toen ik zeventien was, stierven mijn ouders en plots had ik wel iets om over te schrijven. De songs kwamen vanzelf. Het was mijn manier om met het verlies om te gaan, het was dit of een pistool tegen mijn hoofd.”

Dood en vergankelijkheid zijn dan ook de centrale onderwerpen op ‘Hyms For The Hopeless’, ‘Ashes To Dust’ en ‘Song Of The Blackbird’ die hijzelf als een trilogie ziet. “Op deze platen staat alles wat ik in gedachten had voor een heel lange tijd. En hiermee is het verdriet om het verlies van mij af geschreven, zijn de demonen verdreven. Het ‘Hallways Of Allways’-project was een eerste uitstap naar iets nieuws. Ik schrijf ondertussen wel een aantal dingen, waarbij ik me meer naar buiten dan naar binnen tracht te richten. Al ben ik zeker geen politiek songschrijver als Bob Dylan of Woody Guthrie, toch tracht ik wat er in de wereld gebeurt te vatten in meer poëtische teksten. Maar ik ben er nog niet zeker waar dit naartoe gaat.”

De tekst en het verhaal dat verteld wordt is voor Whitmore veruit het belangrijkste, meer dan zijn stem of speelstijl. Toch zijn de teksten niet in de qua artwork heel sterke cd-boekjes te vinden. “Toen ik mijn eerste platen uitbracht vond ik het niet nodig de teksten te printen, ik ging ervan uit dat iedereen die dat wou de teksten wel kon verstaan. Daar ben ik nu een beetje op terug aan het komen. Vandaar dat ik alle teksten van de trilogie heb uitgeschreven en in een boekje heb laten drukken”. Hij hoopt dat het helpt om de muziek en de ervaring ervan nog beter te kunnen delen. “Ik ontmoet wel eens mensen die me vertellen dat mijn muziek hen geholpen heeft in moeilijke momenten als de dood van familie of vrienden. En dat is het mooiste compliment dat ze me kunnen geven. Als mensen echt iets voelen bij wat ik doe, dat is het beste wat er is. Dat is wat kunst zou moeten doen: een beetje tijdelijke houvast bieden in deze wereld vol waanzin”. Withmore ziet elk van zijn vele - behoorlijk old school - tattoos als kunstwerken die hem blijvend herinneren aan de verschillende belangrijke hoofdstukken uit zijn leven.

Ten slotte vroegen we William Elliott Whitmore nog kort te reageren op een aantal namen.

Earth: “Via Southern Lord, een sublabel van Southern, ben ik beginnen luisteren naar drony, ambient groepen als SunnO)) en Boris. Ik hou van de manier waarop ze puur instrumentaal een sfeer kunnen neerzetten. Voor een taaljunkie als mezelf een totaal nieuwe manier van met muziek omgaan”.

Mark Lanegan: “Hij heeft zoveel goede muziek geschreven. En wat die al allemaal heeft gedaan. Ik respecteer hem enorm. Maar hij is ongelooflijk stil. Ik ben nu vijf dagen met hem op tour en we hebben hooguit vijf woorden gewisseld. Voor iemand als ik die niet stopt met praten iets zeer apart.”

R.L. Burnside:Rest his soul! Ik hou van al die Fat Possum-dingen. Die electric out of tune blues. Een echte inspiratie. Hij heeft in zijn laatste jaren nog welverdiende erkenning genoten omdat de juiste mensen hem bijstonden.”

Henry Rollins: “Ik ken de Black Flag-platen maar zijn werk met Rollins Band niet zo goed. Zijn spoken word-optredens respecteer ik dan weer enorm. Hij heeft een zwaar leven achter zich en weet daarover echt te vertellen. Ik hou van de taal die hij gebruikt. Echt een kerel die ik zou willen ontmoeten.”

Hatebreed: “Al een tijdje niet meer naar geluisterd. Maar voor mij waren ze de eerste die enorm heavy, zelfs metal stuff speelden voor een hardcorepubliek. Ik heb ze nog niet live gezien, maar blijkbaar geven ze waanzinnige concerten. Schitterende naam trouwens”.

50 Cent:I hate 50 Cent. Ik hou van hiphop en hoe ze taal weten te gebruiken. Maar die vertelt werkelijk niets, ik heb er in ieder geval geen enkele boodschap aan. Iedereen doet zijn ding, maar hij is zelfs geen goede MC. Geef mij The Game of Dr Dre als het over die gansta shit gaat. Laat dit het begin zijn van een officiële rivaliteit met 50 Cent”.

Saul Williams: “Heb ik net leren kennen via een vriend. En het weinige dat ik ervan gehoord heb is echt ok. Een woordenkunstenaar die een écht verhaal weet te vertellen”.

John Coltrane:Oh yeah. Ik weet niet zo veel van jazz, enkel de grote namen als Miles Davis of Ornette Coleman. Maar iedereen kan opkijken naar John Coltrane”.

’s Avonds krijgt de man met zijn banjo de hele concertzaal stil en overklast hij in gedrevenheid en intensiteit het hoofdprogramma.

FRANK HESSENS (aka DJ BIG TRAIN)
rss feed interviews

 

 

andere recente interviews
concertagenda
soundslike approved
wedstrijden
Doe mee! WIN VERY EXCLUSIVE CHEMICAL BROTHERS VINYL!
top albums
Lees review! Chemical Brothers: Further
Lees review! TJ Kong & Nuno Dos Santos: After Dark, My Sweet
Lees review! I Got You On Tape: Spinning For The Cause
Lees review! Magic Numbers: The Runaway
Lees review! Frames: Dance The Devil... Remastered And Expanded
SVN's corner
SVN's head
soundslike jazz

brand your band top image
 
Jizz
Jizz
soundslike Hiphop
Stanza
Stanza
soundslike Wigbert
You raskal You
You raskal You
soundslike Midlake
Jazzerette
Jazzerette
soundslike Frank Zappa
Corpus
Corpus
soundslike the sound your mother made...
SIGN UP for BRAND YOUR BAND now!  
brand your band bottom image